Autisme en oxytocine: is de oplossing simpeler dan we denken?

6158623848_0f2e697c75_m

Soms lees je een zin die erin knalt en je hele wereld even laat schudden. Niet omdat die zin zo bijzonder is, maar omdat de implicaties zo gigantisch groot zijn:

 

Oxytocine heeft het meeste effect bij mensen die niet goed zijn in het interpreteren van sociale context

-Mattie Tops, assistent-professor psychologie

 

Oxytocine wordt ook wel het knuffelhormoon genoemd. Oxytocine wordt aangemaakt om de geboorte van een baby te laten beginnen en na afloop zorgt het ervoor dat moeder en kind aan elkaar hechten. We maken ook oxytocine aan als we geknuffeld worden. Oxytocine is het hormoon dat ons aanhankelijker, zachter, bindender, hechtender maakt. Een soort antidote voor de minder prettige bijeffecten van autisme zeg maar. En wat blijkt? Mensen die van nature niet goed zijn in het interpreteren van sociale context, hebben het meeste baat bij de effecten van oxytocine. Betekent dat dat mensen met autisme sociaal ontvankelijker kunnen worden met ‘knuffeltherapie’? Dan moeten we maar flink gaan knuffelen!

Toch is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. Juist omdat mensen op het autismespectrum sociaal minder goed ‘in de markt liggen’,  is het voor hen lastiger om aan knuffels te komen. Toen bedacht ik me: is het sociaal achteroplopen van mensen met autisme dan niet alleen oorzaak maar ook gevolg? Zouden ze niet gemakkelijker aan het sociale verkeer kunnen deelnemen als ze regelmatig een flinke knuffel kregen? En dan niet even huggen bij het binnenkomen en weggaan, maar een extra lange, extra dikke superknuffel. Het effect van oxytocine schijnt pas na 20 seconden of zo te beginnen. Dat redden ze meestal niet. Het soort knuffels dat het oxytocine-effect oproept, is het soort knuffels dat je in de je kindertijd van je ouders of in een relatie van je partner krijgt. En daar zit hem vaak het probleem.

 

Ik laat me regelmatig een half uur lang masseren om mijn chronische nek- en schouderklachten een beetje in toom te houden (ik ben zo’n typische beeldschermwerker). Na afloop ben ik een totaal anders mens: ik kan iedereen die ik op straat tegenkom, wel zoenen. Terwijl ik vaak gesloten en schuchter en niet zo sociaal uitnodigend binnenkom (chronische nekpijn is meestal het signaal dat het weer nodig is). Is die schuchterheid behalve van het autisme misschien ook een gevolg van constant spanning vasthouden? Ik denk er vaak over na hoe ik sociaal zou zijn als ik iedere dag 10 minuten geknuffeld en 10 minuten gemasseerd zou worden. Vast anders. Helaas liggen beide niet op dagelijkse basis binnen mijn bereik. Ik moet er mijn portemonnee voor trekken, en ik zit nog in de gelukkige omstandigheid dat ik dat kán doen.  Voor mensen met een uitkering is een weldadige massage van 30 minuten of langer een luxe waar ze alleen van kunnen dromen.

Gelukkig roept behalve fysieke aanraking ook innig samenzijn het oxytocine effect op. Zullen we met z’n alles ons best doen om mensen met autisme zoveel mogelijk oxytocine te laten aanmaken?

7 thoughts on “Autisme en oxytocine: is de oplossing simpeler dan we denken?”

  1. Ik pas het regelmatig toe (nadat ik er jaren geleden ook over gelezen had) op onze oudste zoon met ASS. Ik heb hem er zeker van/door zien veranderen. Soms komt hij ook zelf een knuffel halen bij papa en mama. Omdat wij idd heel dichtbij hem staan als ouders laat hij zich dit ook (voor een langere periode) wel gevallen. Door de komst van een nieuwe hond waar hij een enorme klik mee heeft, is nu hetzelfde effect ook bereikt. Dus je hoeft het niet altijd bij de mens te zoeken. De dieren kunnen ook geweldige knuffels en liefde geven.

  2. Ik ben een moeder van een zoon met ASS van 27 jaar. Met deze blog kom je aan iets waar ik onder de oppervlakte veel bij stil sta. Als kleine jongen was zijn lichamelijke reactie op een knuffel een van verstarren, zo interpreteerde ik het. Hij zat mn knuffel uit….. Dus wat doe je als moeder dan? Je kind lastig vallen met je hugs? Ik hield ze dan maar korter dan ik wou.
    Het viel me in de loop der tijd op dat als ik toch eens langer lichamelijk contact met hem maakte, hij ook wel eens zuchtte en ontspande.
    Tegenwoordig komt hij weekends thuis met zijn vriend en zie ik dat hij aanraken en knuffelen wel aankan, en lang ook. En dat hij dan ook opener is, flexibeler beweegt. Blijer is.
    Dus je raakt aan een teer punt waarbij ik me ook afvraag hoeveel ik hem tekort heb gedaan met mijn goede bedoeling om niet over zijn grenzen heen te gaan…..
    Tegelijk weet ik dat hij bij ons geboren is omdat wij elkaar iets te brengen hebben, hij heeft veel geleerd van mijn kennis van veranderen (NLP) en mijn spirituele fijngevoeligheid. Hij heeft hier een veilig nest gehad waar hij zijn eigen weg mocht gaan. En wat ik allemaal van hem geleerd heb…
    In mijn beleving zijn mensen met ASS leraren voor de ouders.
    Ik ben helemaal blij dat ik jouw blog ontdekt heb. Ga alsjeblieft door!!!!
    Lieve groet. Inge

  3. The Horseboy Method is gebaseerd op dit principe. De swingende beweging die je heupen maken als je op een paard zit zorgt ook voor de productie van oxitocine, waardoor het cortisol (=stress)niveau daalt en mensen (met ASS) zich meer open kunnen stellen, met als gevolg dat ze beter in staat zijn om te leren.

    1. Wow! Dat wist ik niet. bedankt! Ik was vroeger inderdaad zo´n paardenmeisje. Dat gedein op zo´n paard, heerlijk. Ik betrap mezelf erop dat ik onbewust ga staan wiegen als het druk is. Zeker ook oxytocine.

  4. Wat een duidelijke omschrijving van ASS.
    Wat als je je hierin herkent, doch nooit op getest bent.
    Als andere mensen je iedere keer weer negeren!
    Waar kan je heen voor iets meer duidelijkeid (eventueel een test).

    1. Beste Elly, diagnose gaat via de GGZ. Moet je even naar de buisarts voor een verwijzing. Alleen met een diagnose kom je in aanmerking voor PGB en veel hulp,. Bureaucratisch maar zo gaat het. Als je denkt dat allemaal niet nodig te hebben en zonder een officiële diagnose te kunnen, kan ik je de boeken ‘Het syndroom van Asperger’ door Tony Attwood, Aspergirls van Rudi Simone (vrouw op het spectrum) en natuurlijk mijn eigen boek ‘Anders kijken naar autisme (Merel Boogaard) aanraden.

  5. Laat, heel laat ontdekten we samen dat mijn echtgenoot ASS heeft. Dat gaf heel veel opluchting: hij deed die afstandelijke dingen naar mij toe niet expres maar die vond hij gewoon. Ik heb hem toen, die eerste keer van opluchting, een heel dikke, lange knuffel gegeven. Nou ben ik, ook in mijn ouderdom, zeer knuffelig aangelegd. En ja, het gaat nu al heel lange periodes heel goed! Van hem naar mij dus ook. Fijn dus dat mijn gedrag nu ook een expliciete onderbouwing kreeg: oxytocine dus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *